De 5 grootste valkuilen bij een interview (en hoe je ze omzeilt)
Het is vijf voor negen. Je zit klaar achter de microfoon. Je gast schuift aan, cappuccino in de hand. Je draait je intro af, stelt de eerste vraag… en binnen twee minuten hoor je jezelf véél te vaak praten. Je vult zinnen aan, skipt een stilte, vergeet de follow-up die je gast je net cadeau deed. Herkenbaar?
Hier zijn de vijf valkuilen die ik het vaakst zie, met praktische manieren om ze te omzeilen.
1) Het invullen van een antwoord
Je gast zoekt naar woorden. En voor je het weet help jij ‘even’: “Je bedoelt dus dat…?” Met de beste bedoelingen, maar je haalt onbewust het inzicht weg dat net op het punt stond te ontstaan. Jij praat, je gast knikt, en het moment verdwijnt.
De oplossing is verrassend simpel: laat het ongemak bestaan. Stilte is geen fout. Geef je gast de tijd om te denken en gebruik korte, neutrale aanmoedigingen als “Ga door” of “Wat maakte dat spannend voor je?”
Vaak ontstaat invullen vanuit onzekerheid. Een twijfel over je eigen vraag. Leer om je vraag echt neer te zetten. Stel een open vraag en laat het daarbij. Komt je gast er echt niet uit, dan kun je helpen. Maar daarvoor houd jij je mond.
2) Alleen maar bezig zijn met je volgende vraag
Een goed voorbereid draaiboek is heerlijk. Maar als je te strak vasthoudt aan je lijstje, hoor je wel woorden maar mis je de signalen: de glinstering in iemands ogen, een “dat was een drama”, een kleine zucht. Juist daar zitten de verhalen.
Gebruik je script dus als basis, maar niet als exacte invulling. Lees je goed in op het onderwerp en je gast. Beschrijf de thema’s die je wilt bespreken en zet een paar basisvragen op papier. Beschouw de rest als speelruimte. Dat geeft je ruimte om in te haken op wat er nú gebeurt, in plaats van op wat je had gepland.
Hoor je een woord dat eruit springt? Herhaal het. Vraag door.
“Een drama, zeg je? Waar zat dat precies in?” Zulke kleine, spontane vragen leveren vaak meer op dan de mooiste voorbereide vraag.
3) Niet luisteren
Luisteren lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk is het de moeilijkste vaardigheid. Veel interviewers denken al aan hun volgende vraag, waardoor ze vragen stellen die al zijn beantwoord of juist het échte verhaal mislopen. Laat ook je eigen mening of ervaring achterwege. Het draait om het verhaal van je gast, niet van jou.
Dit vergt oefening. Probeer vandaag eens een gesprek te voeren zonder te oordelen. Luister echt naar wat iemand zegt — ook tussen de woorden door.
Handige tips om beter te luisteren:
Samenvatten in spreektaal: “Ik hoor X en Y, klopt dat?” Zo dwing jij jezelf om echt te luisteren.
Herhaal een kernwoord en wacht op een reactie (“‘Verraden’?”).
Label gevoelens: “Dat klinkt als schaamte. Klopt dat?”
4) Dubbele vragen stellen
“Hoe heb je dat aangepakt én wat leerde je ervan, en zou je het nu anders doen?” Klinkt slim, maar je gast kiest er één en de rest verdampt.
Stel liever één vraag per keer. Dat klinkt eenvoudig, maar het dwingt je om te kiezen wat je écht wilt weten. Bouw je vragen op:
Wat gebeurde er precies?
Wat deed jij toen?
Wat leerde je ervan of wat zou je nu anders doen?
Zo breng je iemand stap voor stap naar de kern, zonder dat het een kruisverhoor wordt.
5) Alles op één tempo
Een goed gesprek heeft ritme: versnellen, vertragen, verrassen. Veel interviews kabbelen echter in één tempo door — dertig minuten steady-state, zonder spanning of lucht.
Zorg dus voor meer dynamiek en durf te spelen met ritme.
Een simpele structuur kan helpen:
Start: 2–3 korte vragen om de toon te zetten.
Diepte: één thema, rustig tempo, meer stilte.
Spanning: een stelling, tegenspraak, scherpte.
Ontlading: iets luchtigers, humor, toekomstblik.
Zo blijft je luisteraar wakker én blijft je gast in beweging.
Zo bouw je een beter gesprek
Een goed interview ontstaat zelden toevallig. Het is een mix van voorbereiding, aandacht en lef om af te wijken.
Voorbereiding
Formuleer een doel en hoofdvraag voor het gesprek: wat wil je per se horen? Schrijf vervolgens drie thema’s op en bedenk per thema drie tot vijf basisvragen.
Tijdens het gesprek
Start met een ijsbreker die de luisteraar meteen het gesprek in trekt. Luister actief, vat samen en benoem het als je iets parkeert: “Die wil ik zo pakken, eerst even dit afmaken.” Bewaak intussen het ritme.
Afronden
Sluit af met een samenvatting in spreektaal: “Als ik alles bij elkaar veeg, leerde je X en Y, en kies je nu voor Z.” Vraag daarna naar één concrete takeaway voor de luisteraar. Eindig met een haakje: “Als iemand dit herkent en wil doorpraten, waar kunnen ze je vinden?”
MAND
De grootste valkuilen zijn verrassend menselijk: te veel willen helpen, te strak vasthouden aan je lijstje, niet echt luisteren, te veel in één keer willen weten en alles op één tempo doen.
Wie dat doorziet, gaat anders het gesprek in. Je durft stiltes te laten vallen, reageert op wat er écht gebeurt en speelt met tempo. Zo ontstaat geen Q&A, maar een echt gesprek – eentje waarin je gast werkt, jij luistert en het verhaal vanzelf tot leven komt.

